Ik bezocht het Vancouver van voor De Wissel. Dat maakt dit stukje bij vlagen naïef en opgewekt van toon. Dat komt zo: ik zag twee gouden medaillewinnaars, sprak met Shaun White en zat in een kolkend stadion bij ijshockeywedstrijden van Team USA en Rusland. Dan ben je verwend, als seizoenkaarthouder van PSV. Je vraagt je toch af hoe Lazovic zou reageren op zo’n bodycheck.
Allereerst maar antwoord op de vraag: wat moet een baas van het ANP in Vancouver? “Want wij zien op dit soort gelegenheden nooit een hoofdredacteur. Helemaal nooit’’, zei Marina Witte, waarop zij mij verordonneerde er dan ook maar een stukje over te tikken.
1. Ik hou van sport en ik heb er natuurlijk ook heel veel verstand van; 2. We stuurden dit keer behalve drie verslaggevers en drie fotografen ook een eigen videoploeg; 3. Het ANP fotografeerde deze Spelen ook voor Belga, GPD en Infostrada. Omdat ik er toch was, liet ik me bijpraten over het verschil tussen de nieuwe generatie Canons en Nikons, en loerde ik avondenlang verbluft over de schouder van Robin (Utrecht). Ik sprak met klanten c.q. collega’s, managers, sponsors en bobo’s, doolde uren in perscentra en in stadions en versmeet hele dagen in bussen. En ik deed het bier en de bitterballen in het Holland Heineken House eer aan.
Het waren de Winterspelen van Marc-‘dit-zijn-echt-mijn-laatste-Spelen’- van Veen. Ik wist wel dat hij iedereen kent, maar ik wist niet dat het zo veel mensen betrof. Als je twee dagen met hem optrekt, is het opvallend hoeveel trainingspakken hem aanspreken, de hand schudden, een high five geven, of angstvallig ontwijken (lees: Henk Gemser). Fijn wel dat Marc in de bus naar Whistler doorgaans snel in slaap viel.
Die Edwin van Calker, de piloot die uiteindelijk niet durfde, kan de chef d’equipe van het ANP maar beter niet tegenkomen in Amsterdam. Niet presteren, dat kan Marc nog wel hebben, hoewel dat hem zwaar viel, na al die jaren waarin hij de mannen en hun project had gevolgd. Maar als stuurman afhaken en pas een persconferentie geven als Marc alweer in de bus zit op weg naar Richmond, daar moet je bij hem niet mee aankomen.
Terwijl Marc een paar dagen ervoor nog over een sublieme timing bleek te beschikken. Hoewel hij er al twee uur bus op had zitten – heen en terug naar de halfpipers op Cypress – besloten hij en Olaf Kraak laat in de middag toch nog naar de training van de bobbers te gaan. Twee uur heen, twee uur terug naar Whistler – voor een training! “Maar ja, je weet maar nooit, misschien crashen ze wel op die klotebaan”, knauwde hij in dat Helmondse accent dat mijn kop maar niet uit wil. En verdomd. Olaf en Marc staan nog maar amper gearriveerd, of die bob komt op zijn kop aanschuiven. Het leverde het ANP een topdag op qua plaatsingen. De heren waren om vier uur ’s nachts terug in het hotel.
Het is bikkelen tijdens de Winterspelen; dat is mij wel duidelijk geworden in de zes dagen dat ik mocht meekijken. Dagelijks ruim voor zevenen op, nooit voor twaalven naar bed. “Ik heb verdorie alleen nog maar een yoghurtje op”, zei Kraak doorgaans tegen een uur of acht in de avond. Hij wist dat het ook die dag weer zou uitdraaien op een veel te duur broodje kroket in het HHH, vaste aanlegplaats van de ANP-ploeg, ook op avonden dat er niks te vieren viel.
Thijs (Smeek) en Tim (Senden) heb ik, behalve op onze geplande, gezamenlijke vrije avond, niet eens zien eten. Ze tikten. Altijd. Thijs had zelfs aan de ontbijttafel zijn laptop open staan. “Wat zit je nou te doen, man?!” “Mwah, stukje tikken.”
Ook gekmakend voor een liefhebber als ik: die twee weten alles – of beter - als het althans aankomt op schaatsen. Dat maakte het duo onmisbaar voor het videoteam, dat in Vancouver tegen de stroom op moest roeien. Immers: bij gebrek aan de juiste accreditatie moesten interviews niet alleen ruim na afloop maar ook meestal buiten het stadion worden gehouden, met verrijdbare wc’s als achtergronddecor. Dat vergt geduld, doorzettingsvermogen, begrip, volharding, overredingskracht en, vaak, gewoon heel veel ergernis. Mooi te zien hoe Manouk van den Broek en Gijsbert Wassinkmaat die eigenschappen om beurten aanwendden om Ireen, of Sven, of Mark of Nicolien toch zover te krijgen. En tegelijkertijd vrienden te blijven met de organisatie, NOC/NSF of de mixed zone-gestapo.
Onze fotografen – in heerlijke competitie met elkaar, Pim Ras, Leo Vogelzang of de onvermoeibare Klaas Jan van der Weij - zat het tegen op de dag van de fatale wissel van Sven Kramer. Ze stonden op de verkeerde plek, tierden ze in de mail die er later op volgde. Mooi is dat: nog voordat ‘Rijswijk’ erover kon klagen, gaven ze zelf al aan dat het niet goed genoeg was - verdomme. De revanche kwam de volgende dag, toen een foto van een lachende Kramer, met Kemkers en volgers erachter, vier landelijke voorpagina’s haalde.
Kramer zal Robert Vos zich overigens nog wel herinneren, bij een volgend toernooi. Toen Robert naar zijn smaak wel erg veel foto’s maakte op een training – we spreken nog van voor De Wissel - beet hij hem toe ‘dat elke imbeciel tegenwoordig foto’s kan maken’. Zegt Robert: “Elke imbeciel kan ook schaatsen.’’
Ik heb genoten. Vooral van onze eigen ploeg. Die was beter dan die van Henk Gemser.