Nieuws

Olympisch Tokio door de ogen van Geert Slot

Geert Slot, hoofd communicatie van NOC*NSF, is net terug uit Tokio, waar hij de World Press Briefing van de Olympische Zomerspelen 2020 bijwoonde. Hij deed dat in het gezelschap van zijn collega Sonya Schonewille. Van de Nederlandse sportpers was slechts Telegraaf-redacteur Jaap de Groot in Japan aanwezig.

,,Maar volgend jaar september of oktober, rond een van de testevents, zal er weer een grote Press Briefing zijn”, weet Slot. Hij verwacht dan meer Nederlandse belangstelling voor de bijeenkomst die nu 400 mediaprofessionals trok.

Enkele van Slots opvallendste waarnemingen: ,,Wie een hotelkamer boekt, er zijn er 3500 beschikbaar, moet bekend zijn met de afmetingen van zo’n kamer. Als je fotografen in je ploeg hebt, mag je wel een extra kamer bijhuren, want de ruimte is zeer beperkt.”

,,Het mediagedeelte van het olympisch dorp in Harumi is aan de kleine kant. Normaal zijn die ’International Zones flinker. Andere landen zullen daarom jaloers zijn op een eigen huis, zoals ons Holland Heineken House, want daar kunnen onze Nederlandse sporters in royalere omstandigheden de media treffen. Het zal in Tokio vaak ook daags na een wedstrijd gebeuren.”

,,Overal, op 45 venues, zullen kabels voor internetconnectie beschikbaar zijn. In Rio en Pyeongchang kostten die nog geld (180 euro in Korea). In Tokio is het gratis. Wifi is ook overal beschikbaar, 5G. Het is een ander verhaal dan Rio waar de capaciteit beperkt was en bepaalde gedeelten van de stad werden afgeschakeld van het internet om de olympische media ruimte te geven.”

,,Er is geen centraal Olympisch Park, zoals in Peking, Londen, Sotsji en Rio. Alle stadions sluiten direct aan op de publieke ruimte. Je loopt zo de straat op. Onduidelijk is hoe de toegang en de controles voor de media geregeld zullen worden. Er zijn nog geen gedetailleerde plannen.”

,,Het vervoer zal vooral onder de grond zijn. Tokio heeft een zeer uitgebreid metronetwerk. Mensen met een accreditatie worden in die treinen gratis vervoerd. Het lijkt mij raadzaam om de bussen van de Transport Media te mijden. Vervoer over de weg neemt meer tijd.”

,,Mogelijk gaat Japan, dat geen zomertijd kent, zijn tijd aanpassen voor het jaar van de Spelen. Er komt dan twee uur bij. Dus dan komt in plaats van 5 uur om 7 uur de zon op en in de avond blijft het tot half 9 licht, in plaats van half 7. Het is voor de veiligheid en tegen de verwachte hitte. De marathon begint om 6 uur in de ochtend. In het duister dus als de plannen doorgaan. Voor Nederland betekent het dat je ’s ochtends om 7 uur nog je contact kunt hebben met de krant of het avondprogramma, want dan is het daar pas 22 uur in de avond.”

Als Japan tijdens de Olympische Spelen van 2020 de klok twee uur vooruitzet, wordt het ’s avonds twee uur later donker. (Foto: Hans Vos)

,,Er was maar een klein incident in die vier dagen dat wij er verbleven en dat zei iets over de Japanse aanpak. We gingen met een bus vol journalisten naar Izu, naar het wielerstadion, op drie uur rijden van het centrum. Daar aangekomen lag er een verbod om de wielrenners van de nationale ploeg van Japan te fotograferen. Vier, vijf Japanners kwamen er niet uit hoe dat geval opgelost moest worden. Fotografen boos, zes uur in de bus en alleen een gebouw fotograferen, dat was het niet. Uiteindelijk loste een fotograaf het op. Hij had het nummer van de wielerbond en het bleek geen enkel probleem. Improviseren zoals wij in Europa doen, dat kent Japan niet.”

,,Er is wel heel veel personeel beschikbaar. De servicegerichtheid van de organisatie is enorm. Een boodschap wordt niet alleen omgeroepen. Er lopen ook drie mensen rond met een bordje met die mededeling. En alles gaat vriendelijk en buitengewoon aardig.”

,,De laatste nieuwigheid die ik nog wil benadrukken is dat alle persconferenties met winnaars en coaches gestreamd gaan worden en door simultaan vertalingen in vijf of zes talen beschikbaar zijn op alle andere olympische venues. Je kunt in het turnstadion een zwemverhaal afronden. De Japanners willen van hun Spelen de ‘most innovative Games ever’ maken.”

 

JOHN VOLKERS

De Volkskrant