Het ochtendblad leerde mij dat het Depri Dag was, Blue Monday. O, concludeerde ik bijna opgelucht, dàt zal het zijn.
De avond tevoren had ik nog tevreden spinnend mijn mandje opgezocht. Studio Voetbal was ontwaakt uit de winterslaap en had succestrainer Gert-Jan Verbeek van Heracles Almelo de gelegenheid gegeven voor één keer ongestoord (Hugo Borst was er niet) uit te leggen waarom hij er totaal geen moeite mee heeft camera’s van Eredivisie Live toe te laten in de kleedkamer. Het werd een volwassen betoog van een professional die er blijk van gaf te begrijpen dat ook zijn club erbij is gebaat als de voetbalzender meer abonnementen verkoopt. Wat hem betreft is de beperking die Eredivisie Live zichzelf (?) heeft opgelegd ook flauwekul. Winnen of verliezen, bij Verbeek zijn camera’s en microfoons van harte welkom. Altijd.
Ik zou liegen als ik zei dat ik die avond ging slapen met de gedachte de andere dag meteen mijn tv-aanbieder te bellen voor een abonnement. Maar het goede gevoel dat Gert-Jan Verbeek bij mij had opgeroepen, verdween even snel als het was gekomen toen ik de volgende ochtend de krant opensloeg en de column van Willem van Hanegem onder ogen kreeg. Nu moet ik bekennen wel vaker – steeds vaker eigenlijk – lichtelijk depressief te worden van Willems krompraat. Daar heb ik geen officiële Depri Dag voor nodig. Met een beetje overdrijving zou je kunnen zeggen dat het bij mij bijna elke maandag Blue Monday is. Gezegend zijn de zomer- en winterstop.
Maar deze keer overtrof Willem zichzelf in zwartgalligheid. Hij vindt het allemaal maar niks, tv-camera’s in de kleedkamers van eredivisieclubs. De kleedkamer is heilig, vindt hij. Wat daar gebeurt, gaat niemand iets aan.
‘Het is een mening’, zou premier Balkenende zeggen en Piet Velthuizen, de nummer 1 van Vitesse, zei het hem zondagavond na toen de verslaggever van Studio Sport hem voorhield dat zijn karatetrap naar het lichaam van NEC-aanvaller Björn Vleminckx rood waard was geweest. Een mening, jawel, en Van Hanegem heeft er recht op. Hij zeker. Maar het neemt niet weg dat het onzin is wat hij beweert. Ouderwets geneuzel, niet meer van deze tijd. Zijn eigen krant sprak al van ‘Big Brother in de kleedkamer’, een passende vergelijking. En zeg nou zelf, Willem, hoezeer heeft Nederland, heeft de wereld niet gesmuld van die intimiteiten?
Privacy? Laat me niet lachen! Boek maar eens een reis naar de Verenigde Staten en oordeel zelf wat privacy vandaag de dag nog voorstelt. Sit down, shut up, face forward, hands on your lap, enjoy your flight!!
Maar als we er dan tóch zijn: kijk hoe het er dáár aan toegaat in de professionele topsport. De verhalen over de toegankelijke clubhouses in de NBA en MLB zijn bekend en gelden nog steeds. Collega Marie-José Kleef bezocht vorig jaar juli voor een reportage in Vrij Nederland een wedstrijd van honkbalclub Atlanta Braves en sprak na afloop, terwijl om haar heen reusachtige kerels in hun blote kont doodgemoedereerd de doucheruimte opzochten, langdurig met de Nederlands-Antilliaanse werper Jair Jurrjens. Geen enkel probleem. Voor hun. Marie-José had het er iets moeilijker mee.
Zelf kan ik me de tijd nog herinneren dat je na wedstrijden van Feyenoord of Sparta en ook na interlands een minuut of tien moest wachten en dan in de dampende kleedkamer kon aanschieten wie je wilde. Hans Kraay bijvoorbeeld ( toen nog geen senior) met een danig toegetakelde wenkbrauw, blijvend souvenir van een doelpunt-met-doodsverachting. Of Coen Moulijn, ternauwernood ontsnapt aan een aanslag van een radeloze rechtsback. Toegegeven, camera’s kwamen er destijds nog niet bij kijken en jazeker, het is al heel wat jaartjes geleden. Ik geloof zelfs dat de carrière van Willem van Hanegem nog moest beginnen. Ja, ik loop al een blauwe maandag rond in dit vak, nu ik erover nadenk. Je zou er bijna depressief van worden.