De aanleiding is zonneklaar: de gewraakte persconferentie van Ronald Koeman meteen na de uitschakeling van Oranje op het WK voetbal. We kennen allemaal de beelden en de gebruikte woorden.
De persvoorlichters vonden het opmerkelijk dat de media zelf niet, of althans nauwelijks, hebben nagedacht én geschreven over de gang van zaken tijdens het vragenvuur richting Koeman. Er waren wel berichten over de ophef, maar er was in de ogen van woordvoerders (te) weinig zelfreflectie. De verbazing over de manier van vraagstelling was met name in België groot – maar hier te lande niet. Verbazing en ophef die – zoals wel vaker op sociale media – werden aangewakkerd door het aaneenschakelen van de vragen tot een hapklare brok. Daarmee verdween wel de context van de gehele persconferentie.
Wat vindt de NSP daar nou zelf van, als hoeder van de belangen van de Nederlandse sportpers? De behoefte was in die bijeenkomst groot om een dikke boom op te zoeken. Want ondergetekende voert als algemeen secretaris slechts het dagelijks beleid uit dat onze bestuurders met brede vertegenwoordiging in de Nederlandse media, de NVJ en het Genootschap van Hoofdredacteuren uitstippelen. En in het bestuur is deze kwestie nog niet ter sprake gekomen.
De vraag kwam vervolgens ter tafel of de NSP dan geen moreel kompas heeft? Het korte antwoord is ‘nee’, behoudens natuurlijk de gangbare journalistieke en juridische uitgangspunten.
Dat behoeft uiteraard enige uitleg. De veelvormigheid van het huidige medialandschap is zo groot en aan zo veel veranderingen onderhevig, dat ‘de media’ zich veel minder dan in het verleden in een mal laten gieten. Wat vijf of tien jaar geleden journalistiek als onacceptabel zou zijn gezien, is tegenwoordig algemeen gebruik. Een bericht zonder voorafgaande verificatie overnemen, al dan niet met bronvermelding, was in het verleden veel minder gangbaar. Nu is het bijna gemeengoed.
Ophef en conflicten zijn voor sommige media een verdienmodel geworden. Journalisten met een afgewogen mening zijn minder populaire gasten in de podcasts en aan de talkshowtafels dan hun collega’s met een uitgesproken, gedurfde en helder vertolkte stelling.
Dat hoefde ondergetekende zijn gehoor natuurlijk niet uit te leggen, dat wisten ze zelf al lang.
De vraag bleef echter op tafel liggen: wat kan de NSP eraan doen om de verhouding tussen de sportwereld en de journalistiek werkbaar en respectvol te houden? Eigenlijk lag in de bijeenkomst het antwoord al besloten, want zowel vanuit de mediacollega’s als vanuit de aanwezige voorlichters werd beaamd dat scherpe en kritische vragen niet het probleem zijn. Die zijn er en die horen er te zijn.
Grote vrees is dat het spelen op de man in plaats van op de bal de norm dreigt te worden. De angst is dat de vraagstelling aan Koeman – wat je er verder ook van vindt – navolging gaat krijgen en doorsijpelt naar elders in het voetbal. En dat persconferenties uitmonden in kruisverhoren.
De NSP wil in deze kwestie niet de rol van VAR spelen. Het is aan de media in al hun diversiteit om te bepalen of bovengenoemde vrees terecht is. Een goede discussie daarover zou – zo vlak voor de aftrap van de voetbalcompetities en de voorbereiding op de UEFA Nations League - op elke sportredactie moeten worden gevoerd.