Buurman kreeg de omroepverenigingen in 1966 op de knieën. Hij slaagde erin de NOS vlaggendrager te maken van sport op de radio in de zogeheten gezamenlijkheid. Na een bittere strijd waarin de AVRO als laatste van de omroepverenigingen boos en verongelijkt meeboog met de nieuwe tijd, werd Langs de Lijn geboren en kreeg de NOS het primaat. Aanvankelijk als eerste onder gelijken, maar later, mede door de ijzeren vuist van de onlangs overleden Rob van der Gaast, als de onbetwiste nr. 1 uitvoerder van actuele sport op de radio.
Rob was overigens niet de eerste eindredacteur. Die eer ging naar Roel Rengers, het prototype van een goede sterke tweede man die eind 1966 op verzoek van zijn vroegere VARA-collega Buurman de overstap maakte naar wat toen nog NRU, Nederlandse Radio Unie heette (in 1969 gingen NRU en haar televisiebroer NTS op in NOS). Rob van der Gaast maakte zijn entree op de sportredactie van de NOS aan het begin van de jaren zeventig. De terminaal zieke Rengers verzocht hem om zijn functie over te nemen.
Voortvarend
Van der Gaast ging voortvarend aan de slag. De vrolijke, spontane jonge honden Tom Blom en Willem Ruis vormden met hun lenige stemmen een vast, uniek presentatieduo. De nog onbekende Theo Koomen greep met ongekend enthousiasme, zijn geheel eigen idioom, kreten en uitroepen de spitspositie in het verslaggeverskorps. En Van der Gaast had oog voor nieuw talent, voor coming men als Eddy Poelmann en Evert ten Napel.
Van de verslaggevers werd verwacht dat ze na afloop van hun wedstrijd de catacomben indoken om met spelers en coaches na te praten, korte interviews te maken voor in het laatste uur van de uitzending en om altijd in aanloop en na het einde van een evenement ogen en oren goed open te houden. Van der Gaast bereikte hiermee dat op sportredacties van de kranten meegeluisterd werd naar het programma. Een nieuwtje met bronvermelding misstond niet op zijn palmares.
Zijn laatste oorlogje met de omroepen ging om wat we nu een futiliteit zouden vinden, maar wat destijds van groot belang was om te markeren wie in Hilversum baas was van ‘de radiosport’. In de zondagse afkondiging van Langs de Lijn, tegen de Sterreclame van 18.00 uur, zei Ruis/ Blom: Eindredactie was in handen van Rob van der Gaast…
Wie betaald, Bepaalt!
De omroepverenigingen stonden op hun achterste benen. Langs de Lijn was toch van hun allemaal? Van der Gaast duwde ze definitief in hun hok met de woorden: wie betaalt bepaalt! ‘Zeg, kunnen wij eens praten?’ Aan de telefoon hing Rob van der Gaast. Ik geloof dat ik even stilviel na die vraag. ‘Eh, maar natuurlijk.’ We spraken af bij uitspanning De Posthoorn aan het Lange Voorhout in Den Haag. Een plek voor een eervol verzoek. Rob vroeg mij eind maart 1979 of ik wilde toetreden tot zijn korps van voetbalverslaggevers. Mijn verslagen van wedstrijden in het zaterdagvoetbal voor de NCRV waren hem opgevallen. Ik was verrast, verbaasd, gevleid en opgetogen! Op Robs voetballadder stond dus al een illuster rijtje. Als luisteraar kende ik hun namen natuurlijk: Theo Koomen, Eddy Poelmann, Evert ten Napel, Jack van Gelder, Bert Nederlof, Jaap Bax, noem maar op. Voor de vorm heb ik een dag bedenktijd gevraagd. Het verzoek moest even goed tot me doordringen.
Hier werd een jongensdroom werkelijkheid. Op zondag kwam in mijn ouderlijk huis uit de keuken de geur van bloemkool en gestoofd rundvlees. Op het kleine bureau in mijn slaapkamer lag in de jaren zestig het huiswerk voor de volgende dag. Uit de luidspreker van mijn radio op het Tomadorekje aan de muur klonk Langs de Lijn.
Chump Change
Natuurlijk heb ik de vraag van Rob van der Gaast met een ‘ja, graag’. beantwoord. Een paar dagen na onze eerste ontmoeting maakte ik mijn debuut: FC Twente-ADO. Natuurlijk was ik gespannen. Nu kwam het erop aan.
Op mijn hoofdtelefoon klonk die vertrouwde tune: NÓS NÓS NÓS Langs de lijn. Wie kent het niet, het muziekje van Quincy Jones: Chump Change.
Daar was de stem van presentator Willem Ruis. Hij introduceerde mij met een vriendelijk 'Welkom'. Naar achteraf zou blijken voor een periode van meer dan 30 jaar, maar dat wist ik toen uiteraard nog niet.
Achter de schermen had Van der Gaast de touwtjes strak in handen. Hij was een strenge leidsman die in afgemeten zinnen zijn verslaggevers op de tribune bij de hand nam. ‘Dat klopt Willem’, zei ik in antwoord op diens openingszet. Daar was Rob niet van gediend. ‘Alles wat Willem zegt klopt, dus dat hoef je niet te bevestigen’, toeterde hij in mijn oren na afloop van de eerste reportageflits.
Bruggetje
‘Het voetballeven van ADO gaat niet over rozen’, zei ik in het verlengde van een net gedraaid plaatje waarin 'Red roses' werden bezongen. ‘Aan flauwe bruggetjes met de muziek doen we niet’, foeterde Rob. ‘Dat is zo jaren vijftig.’
Wie het waagde de afsluitende woorden 'Terug naar de studio in Hilversum’, uit te spreken kreeg de zwaarste straf. Volgende week geen wedstrijd voor de zondaar, nou ja niet in werkelijkheid, maar bedoeld als serieus dreigement.
Luisteraars die de radio net hadden aangezet moesten onmiddellijk weten hoe de vlag er op de diverse velden bij hing. Dat betekende: wedstrijd noemen, stand vermelden, hoe lang er gespeeld was. En niet dubbelen met de informatie die Hilversum zojuist had aangereikt via de overschakeling naar een tribune in het land.
Inspelen dus op wat de studio zegt, in het verlengde daarvan opereren en zonder gebruik van kinderachtige hardop-denk-woorden als: nou, eh, correct, inderdaad, precies, zeg maar, eigenlijk, wat je zegt. Van Rob leerde ik een verslag te beginnen met een volwassen volzin.
Vrij snel na mijn entree is Rob van dit podium verdwenen. Hij zocht naar nieuwe wegen en vond die in Nieuweschans, waar hij directeur werd van het gloednieuwe geopende kuuroord daar.
Zo verdween Rob uit mijn blikveld.
Mist
Een paar jaar geleden hernieuwden wij onze kennismaking. In een email deed ik hem een overigens niet echt serieus gemeend voorstel om een commerciële radiosportzender op te richten. Per kerende post kreeg ik antwoord. ‘Meen je dat? Ik heb het financieel even uitgewerkt.’ De bijlage bevatte een compleet bedrijfsplan.
Uit bronnen rond hem hoor ik dat hij moeilijke laatste jaren heeft moeten doormaken. Langzaam aan verdween hij in de mist.
Voor mij blijft hij altijd de scherpe regisseur met wijze lessen. Hij bereikte ermee dat ik in ieder geval op zoek ging naar de kracht van mijn eigen vocabulaire, naar woorden en zinnen die bij mij hoorden en horen.
Tot op de dag van vandaag ben ik hem daar dankbaar voor.