Behalve in Tubantia en op de website van Oost werd hij medio oktober ook door de Volkskrant herdacht.
Van Willigen werd nationaal en internationaal bekend door zijn indrukwekkende foto's van de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000. Terwijl hij zelf zwaargewond raakte bij de explosies, bleef hij fotograferen. Een van die beelden, waarop een Hindoestaanse familie in paniek voor de ramp vlucht, groeide uit tot een iconisch fotojournalistiek document.
Zijn carrière omvatte echter veel meer dan alleen deze tragedie. Hij fotografeerde onder meer de meteorietinslag in Glanerbrug, de F-16-crash in Hengelo, de Miro-rellen in Enschede en talloze sport-, portret- en nieuwsonderwerpen. Zoals hij zelf ooit zei: "Mooi beeld zit niet alleen in het grote, maar ook in heel kleine dingen."
Collega's herinneren hem vooral als een bescheiden en uiterst betrouwbare vakman. Carlo Ter Ellen, coördinator Beeld bij Tubantia, noemt hem "een ontzettend rustige en aardige man" en voegt toe: "Je kon hem zeven dagen in de week bellen en naar elke klus sturen. Hij was fotografie." Volgens zijn dochter Charissa was fotografie voor haar vader alles: "Fotografie was niet alleen zijn brood, het was echt zijn alles."
Van Willigen ontving tijdens zijn loopbaan onder meer een Zilveren Camera (1994) en de Twentse Persfotoprijs (2016). Tot vlak voor zijn overlijden bleef hij actief als fotograaf. Zijn laatste reportage maakte hij een dag eerder tijdens een autorodeo in Denekamp.