IN DE SPO(®)TLIGHT

Bij Rob Vente leefde de humor voort tot op het sterfbed

Op 8 januari overleed Rob Vente op 80-jarige leeftijd. ‘Sportjournalist, schrijver, levensgenieter, jong van hart en geest’, vermeldde de rouwbrief. Rob Vente laat ook een rijk arsenaal aan anekdotes na. Zijn oud-collega Jan D. Swart haalt herinneringen op:  

Rob Vente

Rob Vente was de eerste naoorlogse sportjournalist met een rubriek in een dagkrant waarin de sport volstrekt niet van belang was, maar wel het wereldje eromheen en dan óók nog gespecialiseerd: voetbal en daar waar werd gelachen. Zo ontstond Bal-na in De Haagsche Courant en Het Rotterdams Nieuwsblad. Grappen en grollen samengeperst op de halve achterpagina van het sportkatern van de Sijthoff-kranten, in vette letter.

Hij eiste die op toen lezersonderzoeken uitwezen dat zijn zinnetjes er beter afkwamen dan de gemiddelde wedstrijdverslagen. Later zou Michel van Egmond, auteur van onder meer de boeken Gijp en Kieft, die populariteit nog eens bevestigen met het verhaal dat hij op maandagmiddag uit school voor de deur van zijn ouderlijk huis op de krantenjongen stond te wachten om als eerste thuis Bal-na te kunnen lezen.

,,Dat zo’n man privé zo dicht bij Van Hanegem en Krol kon komen, dat vond ik als 11-jarige fascinerend.’’ Rob Vente was een gezellige man. Hij had leuke lange verhalen en als er één uit was, schoot hem wel een ander te binnen. In restaurants zat hij aan het hoofd van de tafels: 2 uur dineren, 2 uur opgeëiste aandacht, 2 uur opwinding.

Rob Vente kon ook wel eens te grappig zijn en dan leenden Piet Ocks, Leo Beenhakker, Piet Lagarde, Hans Dorjee en ik hem tijdens vakanties in hotel Belplaya in Torremolinos aan de rand van het zwembad uit aan Engelsen. Liefst luidruchtige Engelsen met van die melkwitte lichamen. Rob liet ze dan lachen totdat ze zo rood als een kreeft aan het pasteuriseren waren. Maar als het dan na drie uur gieren van de lach goed mis was, ging hij zelf naar de receptie van het hotel om de brandwondenkist te halen. Eenmaal terug bij ons zei hij dan:  ,,Mooi, daar hebben de komende dagen geen last meer van.’’

Rob Vente kon zowaar ook wel eens nukkig zijn, vooral toen de reisbudgetten bij de krant langzaam maar zeker daalden en hij in het buitenland naast zijn rubriek ook het noodzakelijke wedstrijdverslag voor zijn rekening moest nemen. ,,Dan ga ik niet’’, zei hij dan om 1 uur ’s morgens. Maar hij was strategisch nukkig. Nooit na 4 uur, want dan begon het bitteruur en hij had geen rijbewijs. En alle ritten hadden Astoria op de Pleinweg in Rotterdam als tussenstop. Aan het einde van de week kwam dan de declaratie, die hij als een kunstwerk samenstelde via een blanco kwitantieboekje van een bevriend taxibedrijf. Elke rit kreeg een handschrift mee van de stamgasten van Astoria. Dus wij, als chauffeurs, en hij had er tientallen, betaalden de benzine en Rob incasseerde. Maar het was hem gegund, hij was gezellig.

Toen Bal-na aan het einde van de vorige eeuw sneuvelde heeft Rob zijn levenswerk nog een poosje voortgezet in de Feyenoord-krant. ,,Nee hè, niet wéér’’, zei zijn vriend Wim Jansen toen hij de aankondiging deed. Het werd meteen de rubriekstitel.

Op 8 januari kwam er een einde aan zijn producties, die hij de laatste vijftien jaar had voortgezet met detectives die zich in Rotterdam afspeelden. Veertien stuks schreef hij er en zijn oud Sijthoff-collega’s Hans Coolegem en Jan Dijkgraaf waren zijn uitgevers. Hij had zich er thuis voor verschanst. Heel af en toe zagen we hem nog op feesten, partijen en bij voetbalwedstrijden, en hij rookte nog steeds als een schoorsteen. Tot anderhalf jaar geleden de eerste malheur begon met een reeks tia’s, waarvan de laatste hem noodlottig werd.

Maar zijn humor is hij altijd blijven behouden. Zelfs nog toen op 6 januari van dit jaar een baliemedewerker bij de afdeling opnamen in het ziekenhuis zijn gewicht en lengte wilde weten. Vanaf de brancard draaide hij zich om naar Jane, z’n vrouw en zei: ,,hij wil nu al de maten van mijn kist weten.”

Twee dagen later stierf hij. R.I.P. Rob

JAN D. SWART