Nieuws

IN MEMORIAM ERIC STROUWEN (1967-2026)

Eric Strouwen: bescheiden sportjournalist die uitblonk in ideeën

Bron: Noordhollands Dagblad

AMSTERDAM - Een ideeënrijke man die zijn sporen heeft nagelaten in deze regio, is niet meer. Sportjournalist Eric Strouwen (58) overleed onverwacht in de nacht van vrijdag op zaterdag in zijn woning in Alkmaar.

Het komt door hem dat ik nu dit in memoriam kan schrijven. Het is halverwege 1992. Ik werk nog maar net op de redactie van Dagblad Zaanstreek en ik zuig op een Napoleonballetje, door Eric Strouwen meegebracht. Hij is freelancer. Zijn werk bestaat uit het telefonisch ophalen van wedstrijduitslagen bij de lokale voetbalclubs en het maken van, wat heet, snipperberichten.

De telefoon gaat. Met mijn tong duw ik de kogel achter mijn kies en ik neem op: „Met….” Het snoepgoed floept direct in mijn luchtpijp. Eric Strouwen ziet dat er wat scheelt. Aangemoedigd door de collega’s, geeft hij mij een enorme hengst op mijn rug. Die treft doel. De kogel schiet eruit. Hij is mijn held. „Ik heb je per ongeluk op de juiste plek geslagen”, constateert hij nuchter.

De sportjournalist redt voortdurend mensen, op meer fronten. Maar hij zal zich er nooit op voor laten staan, zoals hij zich nooit gemakkelijk voelde bij mijn typering van hem als held. Over één prestatie pocht hij geregeld met zelfspot: hij is Nederlands kampioen tafeltennissen. Niet dé Nederlands kampioen, want hij behaalde de titel tijdens een intern NK, georganiseerd door de spoorwegen waar zijn vader werkte. Maar toch. Echte trots zal hij later voelen, na de publicatie van de serie Hall of Fame die uit zijn brein voortspruit. In deze serie haalt hij herinneringen op aan de grootste Zaanse sporters uit de geschiedenis.

Eric Strouwen blinkt uit in het omgaan met de personal computer in de ploeg journalisten, jong en oud, die hun schrijfmachines nog maar net bij het vuil hebben gezet. „Eric, dit werkt niet. Eric…hoe moet dat?” Eric komt. Secuur en nauwgezet als hij is, lost de whizzkid de problemen op. Dat past wel bij de man die in een kennismakingsgesprek met de huidige hoofdredacteur zal vertellen dat hij een achtergrond in de belastingwetenschappen heeft en een LOI-cursus journalistiek volgde. Hij is snel en neemt collega’s vaak ongevraagd werk uit handen. „Het is niks”, zegt hij bescheiden tegen elke collega die hem omstandig bedankt.

Langzamerhand verovert hij terrein op de Zaanse sportredactie en hoeft hij voor zijn levensonderhoud niet meer te leunen op zijn andere baan als postbezorger. Zijn bestaan als journalist wordt zijn levensvervulling. De krant is zijn kindje. Hij ontpopt zich als een bevlogen, betrokken sportjournalist, zeer loyaal aan het bedrijf. Het kan altijd beter, is zijn motto. Nee, nee, het moet perfect. In 2001 komt hij in loondienst.

Freelance medewerkers probeert hij tot betere prestaties te bewegen. Na het inleveren van hun wedstrijdverslagen en interviews belt hij ze haast altijd op: „Ik bel maar even, want dat gaat wat makkelijker.” Dit is meestal de opening voor een heel lang maar constructief gesprek. Kritisch, is hij, scherp. Hij wijst op foute zinsconstructies en verkeerd taalgebruik. „’Nummer laatst?’. Bestaat niet. ’We gingen voor het resultaat?’. Je gaat áltijd voor een resultaat. Je bedoelt: ’We gingen voor een goéd resultaat’.” Hij neemt de tijd. De ontspannen sfeer schept ruimte voor persoonlijke gesprekken. Medewerkers met kinderen delen hun ouderlijke zorgen met hem. Hij op zijn beurt vertelt over zijn zoon, zijn twee pleegzoons die hem in de schoot gevallen zijn en voor wie hij zich zeer verantwoordelijk voelt en zijn ouders die steeds meer zorg behoeven.

 Hij komt vaak met frisse ideeën. Zo gaat hij sporten met bekende sporters. „Om te kijken hoe moeilijk het is wat ze doen.” Zijn ervaringen beschrijft hij in een zomerrubriek. Hij brengt lezers ook graag in beweging en daagt hen uit om het op te nemen tegen landskampioenen. De Zaanstreek is befaamd om korfbal, wat de lokale sportjournalist ertoe brengt om sportieve Zaankanters te laten uitkomen tegen KZ. Den Helder is bakermat van basketbalclub Suns. Op de regionale sportredactie in Den Helder, waar hij later zal werken, stelt hij een team lezers samen dat het gaat opnemen tegen de eredivisionist. Vooraf moet er natuurlijk getraind worden. Hij bezit geen balgevoel, maar dat hindert hem niet. Als de krant een intern voetbaltoernooi heeft, meldt hij zich met groot enthousiasme én zijn bruine voetbalschoenen die uit een museum lijken te komen.

De laatste zes jaren is de sportjournalist de spin in het web van alle regionale sportredacties. Standplaats: Amsterdam. Vanaf deze plek helpt hij, samen met een andere collega, alle regionale sportredacties te scoren. Hij regelt freelancers en fotografen, plant de sportpagina’s, waakt over de krant, behoedt de krant voor missers. Ook hier toont hij zich vindingrijk. Hij strikt de bekende voetbalkeeper André Krul uit Grootschermer voor een column. Zo’n man maakt veel mee in den vreemde, hij heeft leuke verhalen.

Eric Strouwen heeft zich altijd schuldig gevoeld over ’mijn’ Napoleonkogel. „Dat snoepje heb je van mij gekregen”, zei hij vorig jaar nog. Met net zoveel verantwoordelijkheidsgevoel heeft hij zich gewijd aan zijn werk voor de krant. Hij zal gemist worden.

Leonie Groen