Nieuws

COLUMN MAARTEN KOLSLOOT

Solidariteit als basis in de journalistiek

 Journalistiek kan een eenzaam vak zijn. Alleen reizen, alleen tikken.

Eenzaam is het op de perstribune gelukkig niet. De sfeer onder Nederlandse collega's is meestal uitstekend, zoals bij de Winterspelen in Milaan. Een week of drie dicht bij elkaar. Grappen en grollen. Dat maakt het werk een stuk gezelliger.

Iedereen heeft natuurlijk z'n eigen belang. Er wordt veel gedeeld, maar veel ook niet. En dan heeft een collega die zich al dagen tactisch stilhield opeens een mooi relevant verhaal. Leuk om te zien. Concurrentie hoort erbij en maakt dit vak spannend en uitdagend.

Maarten Kolsloot

In een competitieve omgeving is ook plek voor solidariteit, bleek in Milaan. De Winterspelen begonnen met de Jutta-rel. Zij wilde niet praten. De pers wel. Eén collega was boos. En diverse volgden. Soms waren de reacties misschien erg fel, maar de boosheid was ook wel begrijpelijk: als de zichtbaarste atleet niet met de pers wil praten, wat gaat dat betekenen voor de toegang tot andere sporters? Relevante vraag die ook in de toekomst aandacht verdient. En als we als beroepsgroep nu niet roepen, raken we waaarschijnlijk nog meer toegang kwijt.

pvallend was de solidariteit onder collega's tijdens Jutta-gate. Veel onderling overleg en contact met de NSP. De sportjournalistiek trok als een groep op. Opvallend.

En zo moet het in de toekomst wellicht vaker. Ons vak staat onder druk. Door de concurrentie van sporters die via sociale media hun eigen publiek bedienen. Door organisaties en clubs die kritische journalisten het liefst buiten de perstribune parkeren. Door bronnen en onderwerpen die zich stevig (juridisch) roeren als er een kritisch artikel verschijnt.

Het gevecht om ruimte en relevantie van de sportjournalistiek is gaande en gaat door. Solidariteit, het mag een stoffig begrip lijken uit de tijd van machtige vakbonden of grote Franse stakingen, maar het zal de komende jaren nog heel vaak nodig zijn. De sportjournalistiek kan ertegenaan. En is klaar voor die uitdaging.

MAARTEN KOLSLOOT