Uitkijken naar het WK: niet echt
Het WK voetbal, de World Cup (wereldbeker) zoals het toernooi in de rest van de wereld heet, is nog 35 dagen verwijderd van de aftrap en ik moet bekennen: de opwinding heeft mij nog niet in de greep gekregen. Misschien heb ik te veel WK’s gezien, misschien heb ik geleerd van voorpret die in de echte voetbalwedstrijden geen gestalte kreeg. Misschien is het voetbal van landenteams (Oranje, Die Mannschaft, de Rode Duivels) gewoon niet van het niveau dat de zwaar betalende topteams uit Europa uiterst getraind en zeer geoefend wel op de grasmat kunnen leggen.
John Volkers
PSG-Bayern, ik las het overal, zo leuk en mooi en fraai en opwindend gaat dat WK in drie landen (VS, Canada en Mexico) niet worden. Terwijl ik eigenlijk geen donder geef om wat die grootmachten met veel Arabisch dan wel miljardairskapitaal in de Champions League laten zien. Door geld te veel afgedreven van sport die de mens met de gewone portemonnee zou moeten bekoren. Toen ik het boeiende boek Zakkenvullers van het prijswinnende AD-duo Mossou en Van der Poll uit had, wist ik weer waarom ik heel langzaam voetbal uit mijn agenda heb geschrapt.
Wel keek (kijk) ik sinds mijn jonge jeugd alle wedstrijden van het Nederlands elftal en anders luisterde ik naar Hilversum 1, op zondagmiddagen, want dan was er de Derby der Lage Landen. Mijn debuut als sportverslaggever was het WK-kwalificatieduel Nederland-België, in de herfst van 1977. Johan Cruijff nam afscheid na 48 interlands en hij kwam, tot veler grote spijt, nooit meer terug op dat besluit. De aanloop van dat WK, in Argentinië, was vol rumoer. Niet gaan wegens het Videla-generaalsregime, Cruijff toch maar over de streep trekken, PSV dat de UEFA Cup won als goed voorteken.
Nederland had vier jaar eerder bijna het WK gewonnen. Feyenoord en Ajax hadden na 1969 vier Europa Cups voor landskampioenen gewonnen, maar het nationale elftal, voor het eerst sinds 1938 van de partij, gold helemaal niet als favoriet. Toen we dat vonden, kort voor de finale in München, ging het jammerlijk mis.
Als jonge fan en kijker zag ik op tv de finale van 1966, Engeland tegen West-Duitsland. Nederland deed niet mee. Vier jaar later, Mexico, zelfde verhaal: geen Nederlands elftal, wel meeslepend voetbal op adembenemende hoogte, gewonnen door Brazilië. Voetbal werd toen voor het eerst een tv-gebeurtenis van jewelste.
In 1982 en 1986 viel er niets vooraf te genieten in dit land. Ik werkte voor het ANP in Den Haag. Nederland miste beide toernooien. De kopbal van Georges Grün in Rotterdam, najaar 1985, was pijnlijk. Het elftal dat toen in de steigers stond, met Ruud Gullit als uitblinker, bleek in 1988 bij het EK in Duitsland een stevig fort.
Het WK van 1990 in Italië was mijn debuut op dat vlak. Het uiterst talentvolle elftal ging ten onder aan twist over wie de coach had moeten zijn. Vier jaar later in de VS, zelfde verhaal. Cruijff trok zich terug, het werd Dick Advocaat. Hij haalde met het elftal de kwartfinale en was daarmee tevreden. De sportpers leed aan reputatieverlies, toen het elftal in Orlando vijf uur vertraging opliep, omdat AD-chef Lex Muller een misplaatste grap maakte over een bom aan boord. Om je dood te schamen.
De WK-toernooien van 1998, 2010 en 2014 waren voor Nederland uiterst succesvol, maar dat vinden we in dit land eigenlijk niet. Wij moeten winnen (zoals bij de laatste Winterspelen of voorheen Max Verstappen). Verloren finale in Zuid-Afrika, na verlenging. Halve finales in 98 en 14 verloren na penalty’s, Nederlands pijnpunt. Het buitenland bleef overtuigd van de bijzondere kwaliteiten van het Nederlandse voetbal.
Nu twaalf jaar en één toernooi later (Rusland 2018 werd gemist) bestaat er weinig optimisme over de rol van Nederland in het aankomende toernooi. Een outsider voor de wereldtitel, schreef Willem Vissers van de Volkskrant, toch een man die aan zijn negende WK begint. Hij begon die bijzondere reeks in 1994, met een WK in de VS. De opwinding was destijds groot, voetbal in niet-voetballand Amerika. Nu winden we ons meer op over de politiek in Amerika. De media zullen ons met extra verslaggevers bedienen over de zaken buiten het stadion. Terecht, maar ook uiterst spijtig. Als gezegd: ik kijk er niet naar uit.
John Volkers