COLUMN JOHN VOLKERS
Olympische koorts
Het is zo’n week, waarin je je als voormalig olympisch verslaggever verplaatst in de gevoelens van de jongere collega’s die nu hun koffers aan het pakken zijn voor de reis naar Milaan dan wel Cortina d’Ampezzo, de Italiaanse plaatsen die zeventien dagen lang de aandacht van de sportwereld op zich gericht weten. Ik was in zulke weken, tot de grote sport losbarstte, best nerveus. Tot het evenement begon te ‘rollen’ en de laptop het ene na het andere verhaal uitspuugde richting eindredactie. Zoiets heet schrijfdrift.
Mooie tijden, ik zal er geen moment omheen draaien. Tweemaal (van de vijf keren) ging ik naar de Olympische Winterspelen in een vrije rol; die van Salt Lake City 2002 en van Turijn 2006. Alle andere wintersporten doen dan het voor Nederland belangrijkste evenement, het tweemaal linksom op een diepgevroren ijsbaan van 400 meter. Naar de alpine-afdaling hoog in de bergen, naar de ijshockeyfinale van stoere kerels, naar de vrije kür van het kunstrijden, om maar eens de drie echte hoofdnummers van het olympische winterprogramma te noemen. Bijzondere ervaringen, ik kan het iedereen aanraden.
John Volkers
Toen ik in 2006 in Turijn de voormalige testbaan van Fiat, de Oval Lingotto, binnentrad, om schaatscollega Mark van Driel een uurtje te vergezellen (zeg maar, nieuwsgierig kijkje te nemen), viel ik, qua schok, met de neus in de boter. De ploegachtervolging met de onverslaanbare Nederlanders sneefde in de halve finale, toen een bocht verderop Sven Kramer op een blokje stapte en onderuit ging. Er werd niet zwaar aan getild, zo leek het. Bob de Jong, Marianne Timmer en Ireen Wüst maakten het met hun goud allemaal goed.
Vier jaar later was ik zelf de schaatsverslaggever die de foute baanwissel van Sven Kramer op de 10 kilometer aan het lezende publiek mocht uitleggen. In Richmond, de voorstad van Vancouver (Essent noemde het wat voorbarig Svencouver), was de ijsbaan neergelegd, waar Kramer het grootste drama uit zijn schaatsleven meemaakte en waar we in een parkeergarage onze quotes moesten halen. Daarna zaten we met een mannetje of 10 te wachten in het hotel om de hoek, waar TVM, coach Kemkers en chef de mission Gemser de uitleg van deze bittere nederlaag bedachten. De Champions Bar van marketeer Ron Mulder bleef die avond angstwekkend leeg.
De echte opwinding, uiteraard voor de Nederlandse verslaggever, zat, zo wist ik toen, bij het schaatsprogramma. Wat te denken van Sotsji 2014, de Winterspelen aan de Zwarte Zee, waar verslaggevers wegens oplopende temperaturen in korte broeken rondliepen. De sloot van 23 medailles die we per dag via vele pagina’s krantenpapier moesten uitventen. Ondoenlijk haast. Gedoe rond de verloren 10 kilometer van wereldrecordhouder Kramer – het olympisch goud ging naar landgenoot Jorrit Bergsma – en het compleet Nederlandse podium op de 500 meter (Mulder, Smeekens, Mulder) waren kolommen vullend. Coach Jillert Anema was onvermijdelijk voor de krenten in onze pap. Maanden na de Spelen in deze Russische badplaats bleken de prestaties van de thuisatleten gefalsificeerd. De urinemonsters in verzegelde flessen bleken gewisseld te worden, in een kantoor met mini-doorgeefluikje naast ‘onze’ perszaal. Sommigen (onder wie uw columnist) trokken later vele haren uit het hoofd. Nooit iets van gemerkt.
In 2018 bleef de Nederlandse schaatsarmada, onder leiding van de onverslijtbare Ireen Wüst en 5-kilometerkoning Sven Kramer, eremetaal veroveren. Maar konden we ook de opkomst van de Nederlanders op het korte baantje, de 111 meter van de shorttrack, aan het thuisfront doorgeven. Jeroen Otter, de bondscoach, werd onze favoriete quote-leverancier. Onvergetelijke tijden daar te PyeongChang, waar ze net als in Sotsji sneeuw moesten maken en de ijsbaan op werpafstand van de zee hadden geprojecteerd. Zelf was ik daar te Korea nog onbedoeld onderdeel van een rel, toen de gele kaart van NOC*NSF aan het adres van Jillert Anema, wegens een poging tot omkoping uit Sotsji 2014, de telexen deed rinkelen (om het eens ouderwets te zeggen).
Het was tijd, ook leeftijdsgewijs, om de winters de winter te laten. Er volgden nog twee Zomerspelen (Tokio en Parijs) om af te kicken van de olympische koorts en nu, anno 2026, thuis op de bank naar het mooiste sportfestijn van de wereld te gaan kijken. NOS, tv en radioverslaggevers, analisten, commentatoren, krantenjongens en meisjes, cameramannen en fotografen, ik reken op jullie en ik ga genieten van al dat moois (soms lelijks) dat we zeventien dagen lang opgediend zullen krijgen.
John Volkers, oud-voorzitter NSP.