De mediawereld verandert, telkens weer
‘Wen er maar aan’, zou ondergetekende ergens hebben geroepen of geschreven naar aanleiding van de niet te stuiten opkomst van tal van nieuwe mediaspelers rondom de sportvelden. De quote werd aan mij toegeschreven door Geert van Erven in een inmiddels verwijderd bericht op Facebook. Daarin had hij een beeld geplaatst van fotograaf hangend over de boarding en met oortjes in, als zijnde iemand die er volgens hem niet hoorde te zijn.
Ik krijg de laatste tijd wel meer van dat soort foto’s toegezonden, als een soort aanmoediging om als mediapolitie op te treden met de kennelijke bedoeling de clubs tot de orde te roepen, of eindelijk eens actie te ondernemen.
Het zal de collega’s inmiddels zijn opgevallen dat het rond de voetbalvelden – zeker bij topwedstrijden - steeds drukker wordt. Bij de bekerfinale waren flinke mediateams actief om maar geen moment te missen; AZ en NEC pakten lekker uit, evenals andere betrokken partijen.
Als tv-kijker verbaas je je regelmatig over alle mensen die na afloop in beeld lopen en het zicht op de juichende of verslagen kijkende spelers ontnemen. Ondanks afspraken zijn dat er zeker niet minder geworden. Dat zijn overigens niet alleen mediamedewerkers van de betrokken clubs met camera’s en iPhones, maar ook de almaar uitdijende leden van de ‘staf’ en wisselspelers die van de bank komen om mee te vieren of zich over de verliezende partij te ontfermen.
Achter de boarding zitten steeds vaker mensen die namens clubs of andere belanghebbenden korte videofilmpjes maken als er een doelpunt is gescoord en de juichbeelden naar sociale media moeten worden verzonden. Ze zijn er en – ja, wen er maar aan – ze zullen er blijven.
De volgende hausse dient zich al aan: wat doe je met influencers die honderdduizenden volgers hebben en over hun favoriete club posten? Wordt hij of zij binnenkort ook erkend als ‘medium’, want invloedrijk en een bereik dat soms groter is dan van een krant of website? Wat zeg je tegen spelers die in contracten laten opnemen dat zij hun eigen fotograaf langs het veld mogen posteren om hun volgers op sociale media te bedienen, om zo hun populariteit en marktwaarde te vergroten? En wat zeg je tegen sponsors die via hun kanalen willen uitdrukken dat ze nauw verbonden zijn met een club of een atleet? Ook zij zullen op termijn hun plek aan het veld of langs het ijs gaan opeisen, is mijn stellige overtuiging. Het is nu al zichtbaar, bij wielerkoersen of in ijsstadions.
Het speelveld voor sportfotografen wordt daarmee steeds beperkter, de verdiensten minder en de concurrentie heviger – ook onderling. Zoals gebruikelijk voeren we ook deze zomer weer overleg met de clubs in het betaald voetbal en spreken we over ergernissen en mogelijke oplossingen. Eén ding staat vast: teruggaan naar de oude situatie zonder al die nieuwe toetreders van de club- en sociale media, is een illusie.
Neemt niet weg dat we als beroepsgroep van sportjournalisten, sportfotografen en camjo’s zullen blijven wedijveren voor een eerlijk en gelijk speelveld. Het is namelijk niet meer uit te leggen dat het ene medium kennelijk in staat is en blijft om het beeld van het andere medium te verstoren. Hopelijk dringt dat besef ook door bij bonden, clubs en organisaties van evenementen.
GERARD DEN ELT, algemeen secretaris NSP