Peter Dejong stopt als beroepsfotograaf. ‘Actie vereist tegen amateurs en beunhazen’
Hij kreeg contractverlenging aangeboden, maar met zijn 67ste verjaardag voor de lens besloot Peter Dejong dat eervolle aanbod van ‘zijn’ persbureau AP af te slaan. De professioneel fotograaf wil niet in het vaarwater zitten van jongere collega’s. Zij hebben toch al steeds meer moeite om het hoofd boven water te houden. ,,Amateurs en beunhazen maken de markt kapot.’’
Peter Dejong( Foto: Piroschka van de Wouw)
Door Peter van der Meeren
Wát als de vader van Peter Dejong hem slechts een Euro Rail-maandkaart had geschonken toen zijn tienerzoon met zijn atheneumdiploma thuis kwam? Dan had Peter vast ook wel een mooie treinvakantie beleefd, maar was die wellicht niet toekomstbepalend geweest. ,,Maar mijn vader gaf me ook zijn camera mee, een Exacta, om alles vast te leggen. Toen ik weer thuis kwam, zei ik tegen hem: vergeet mijn studie aan de universiteit, ik wil fotograferen.’’
Op 24 juni 1989 maakte Peter Dejong, net in dienst gekomen bij AP, deze foto tijdens de TT in Assen. Winnaar Wayne Rainey (3) in de achtervolging op Kevin Schwantz (34).
Dejong senior (,,Hij is een Maastrichtenaar, mijn moeder een Groningse en ik ben nu een Amsterdammer die nog altijd met een zachte g spreekt’’) kende z’n pappenheimer. ,,Hij kreeg me zover dat ik eerst voor een jaar naar de universiteit van Amsterdam zou gaan om Nederlands te studeren.’’ Maar het fotografievirus was hardnekkig. ,,Ergens bij de hoerenbuurt vond ik een donkere kamer waar je voor een kwartje je foto’s kon ontwikkelen. Ik heb dat jaar volgemaakt, maar daarna ben ik overgestapt naar een fotovakschool in België.’’
EERST ZONDER OPDRACHTEN
Nu precies veertig jaar geleden begon Peter als freelancer. ,,Zonder opdrachten. Om je heen kijken, de politiescanner altijd aan en vervolgens je foto’s aanbieden.’’
Na te hebben gewerkt voor twee Limburgse persbureaus besloot hij voor zichzelf te beginnen, waarna in 1989 een vast dienstverband bij AP volgde. Namens Associated Press (opgericht in 1846, hoofdkantoor in New York; nu goed voor 1,34 miljoen foto’s per jaar en 1260 verhalen per dag) werd Peter uitgezonden naar de mondiale brandhaarden van het nieuws. ,,Oorlogen, conflictsituaties, natuurrampen. Onder anderenTwee Golfoorlogen, de oorlog in Joegoslavië, geweld in Zuid-Afrika in aanloop naar de vrije verkiezingen in 1994, het uiteenvallen van het Oostblok, Tsjetjenië.’’
Dat betekende niet alleen weken- en maandenlang van huis, maar ook het moeten verwerken van schokkende taferelen. ,,Mijn redding is geweest dat ik altijd kon terugkeren op mijn ‘nest’.’’
,,De vertrouwdheid van mijn gezin, de regelmaat in Nederland, zorgde ervoor dat ik alles heb kunnen verwerken. Mijn twee kinderen - mijn zoon is nu 42, mijn dochter 40 - zijn nog altijd de pilaren waar ik op drijf. Belangrijk was ook dat ik bij terugkeer van een buitenlandse klus geen rustperiode nam, maar doorging met werken. Ik heb me nooit afgesloten voor de pijn en de trauma’s die ik van nabij heb ervaren – ik ben geen ‘kouwe steen’- maar daardoor kon ik het aan. Ik zal ook iets van de Groningse nuchterheid van mijn moeder hebben meegekregen.’’
Peter was zeker niet op pad om ‘te scoren’. ,,Ik wilde gewoon mijn vak uitoefenen, op een humane manier verslag doen van wat er aan de hand was. Ik ben nooit bezig geweest om prijzen te winnen. Ik ben jurylid geweest voor de World Press Photo en ik heb ook best eens wat ingestuurd, maar dat was om mijn kinderen een plezier te doen.’’
‘ANDER OORLOGSGEBIED’
Als enige AP-fotograaf in Nederland kwam het regelmatig voor dat hij internationale sportevenementen bezocht. Met lichte spot: ,,Dan kwam ik uit het ene oorlogsgebied en zat ik een paar dagen later bij een voetbalwedstrijd in een ander oorlogsgebied. Sport vond ik trouwens best moeilijk om te fotograferen, maar ik heb me nooit te groot gevoeld om langs de lijn te zitten. Helaas heb ik de onderlinge beleefdheid tussen collega’s wel zien afnemen. Ik ben vanwege de activiteiten in de sport vanaf het begin van mijn loopbaan lid geweest van de NSP.’’
Op 27 maart van dit jaar was Peter Dejong voor AP bij de voetbalinterland Nederland-Noorwegen. Hij schoot raak tijdens een duel om de bal tussen Virgil van Dijk en Alexander Sorloth.
‘Het vak’ is Peter nooit tegen gaan staan. ,,Ik heb elke werkdag, elke klus, als een geschenk ervaren. Ik heb het natuurlijk wel zien veranderen. Zeker ook ten goede. De diversiteit is toegenomen, de verdeling man-vrouw. Ook mooi, en daar heb ik namens AP aan mee mogen werken: er is op lokaal niveau talent gevonden en getraind, waarna ze door persbureaus konden worden ingeschakeld. Zeker bij conflicten is het belangrijk dat er uit de regio kennis van zaken kan worden ingezet.’’
WATER AAN DE LIPPEN
Maar er is ook de andere kant van de medaille. ,,En dat is vooral de reden geweest dat ik tegen AP heb gezegd dat ik met pensioen ga. Ze waren door die beslissing verrast; ze zagen de aanbieding voor een nieuw contract als compliment naar mij toe. Maar ik wil niet over mijn pensioen heen in het vaarwater gaan zitten van freelancers en collega’s die proberen om als beroepsfotograaf de kost te verdienen. Dat wordt toch al steeds moeilijker. Terwijl het water hen aan de lippen staat, wil ik geen werk van ze afsnoepen.’’
Wat Peter vooral stoort, is dat ‘amateurs, hobbyïsten en beunhazen het vakgebied vertroebelen’. ,,Mensen die vijf dagen per week met een ander beroep hun geld verdienen om vervolgens langs de lijn te gaan zitten voor 25 euro per foto. Door prijsafspraken tussen persbureaus en mediahuizen kan de professionele zzp’er, die rond de 20.000 en 30.000 euro in apparatuur heeft gestoken, niet of nauwelijks meer zijn brood verdienen.’’
Hij steekt de hand deels in eigen boezem. ,,Als beroepsgroep zijn we te verdeeld geweest om dit aan te pakken. We hebben het veel te ver laten komen. Maar dan nog blijft het van de gekke. Stel je eens voor dat er voor ambtenarenwerk voor op zaterdagen mensen worden ingehuurd die vier, vijf dagen per week hun geld verdienen als bijvoorbeeld buschauffeur of schilder. Als dat zou gebeuren, zou het hele land op z’n kop staan. Maar het wordt dus wel toegestaan dat onze beroepsgroep aan het vervuilen is. En dan heb ik het nog niet eens over de betrouwbaarheid van de foto’s. Bij AP is fotoshoppen en AI uit den boze, maar dat is lang niet overal het geval.’’
ROL VOOR NSP
Peter ziet een rol weggelegd voor de NSP. ,,Ik snap dat het moeilijk te controleren is, maar ik vind dat een accreditatie alleen mag worden toegekend als goed onderzocht is of de desbetreffende persoon zijn of haar geld verdient met, in dit geval, het maken van foto’s. Als het niet je broodwinning is, dan geen accreditatie, punt uit. Maar helaas wordt het steeds erger. Er zitten zogeheten fotografen langs de lijn met niet meer dan een iPhone. Die rennen dan na een doelpunt door je beeld, terwijl jij met je investering van tienduizenden euro’s probeert om een zo compleet mogelijke foto te kunnen leveren. Er zullen stappen ondernomen moet worden, anders is het voor beroepsfotografen straks niet meer de moeite waard om ergens heen te gaan.’’
De ontwikkelingen gaan Peter aan het hart. Mocht er na zijn pensionering een beroep op hem worden gedaan, bij pogingen om het vak van beroepsfotograaf beter te beschermen, ‘dan ben ik er’. ,,We moeten in actie komen voor het te laat is en er te veel terrein verloren is aan de Beun de Hazen.’’
Maar voor ‘een klusje’ hoeven ze de ‘ver-Amsterdamse Limburger’ niet meer te bellen. ,,Dat geld moet naar de mensen die ervan moeten leven.’’ Hij blijft (natuurlijk) wel fotograferen. ,,Puur voor mezelf. Ik heb m’n oude Leica M6 afgestoft en laten reviseren en ben bezig om een zwart-wit donkere kamer in te richten.’’


