EVENEMENT > WK BOKSEN IN EGYPTE
Improviseren tussen piramiden
NRC-collega Ward op den Brouw, jarenlang allround sportverslaggever maar thans bureau- en eindredacteur in het zicht van zijn pensioen, kreeg de gelegenheid voor even zijn oude stiel op te pakken. Hij woonde tussen Egyptische grafmonumenten het beladen en curieuze titelgevecht bij tussen uitdager en kickbokser Rico Verhoeven en WBC-titelhouder Oleksandr Usyk. Veel is er veranderd sinds zijn verslaggeversjaren, maar het improviseren is gebleven.
Door Ward op den Brouw
Mijn vaste chauffeur Bakkar, een geschenk uit de Egyptische hemel van collega en correspondent Charlie Ubbens, had me afgezet bij ‘The Great Gate’, de betrekkelijk nieuwe toegangspoort aan de rand van de woestijn vanwaar bezoekers het laatste stukje afleggen naar de piramiden van Giza. Ik stapte in een shuttlebus die een gemengd gezelschap van toeschouwers en journalisten naar de boksarena bracht. Onder hen een Brit die ik later op de avond op een steenworp afstand van de ring zijn ‘blow by blow’-verslag van bokspartijen zag en hoorde doen – zeer gedetailleerd, de volle drie minuten van elke ronde vrijwel zonder ook maar de meest minimale pauze en met een stem in permanente staat van opwinding.
Ward op den Brouw ontmoette in Egypte de legendarische boksfotograaf Neil Leifer.
Na tien minuten over een hard zanderig offroadparcours gereden te hebben – wij mochten blijkbaar geen gebruik maken van de asfaltweg – stonden we voor het omheinde boksfestivalterrein op enkele honderden meters van de drie piramiden. Een groot VIP-terras met een klerenkast van het Britse beveiligingsbedrijf ervoor, een stukje verderop een soort marktplein waar eten en drinken verkrijgbaar was, toeschouwers die allemaal voor Usyk-Verhoeven kwamen in lange rijen.
Het was vroeg in de avond, een uur of acht. Het gevecht tussen Rico Verhoeven en Oleksandr Usyk zou pas ’s nachts rond één uur beginnen en vanaf 17.00 uur waren journalisten welkom, zo had persman Matty Lawless (in dienst van promotor Matchroom Boxing) op vrijdag, een dag voor het gevecht, in een mailtje aan de media laten weten. Voorafgaand aan het gevecht tussen de Oekraïense wereldkampioen zwaargewicht en zijn Nederlandse uitdager stonden er maar liefst negen gevechten op het programma, undercards, in boksvakjargon. ,,Als je er om acht uur bent, is dat nog mooi op tijd’’, had hij vrijdagavond gezegd in het Grand Egyptian Museum, toen hij vlak na de weging van beide boksers de persaccreditaties uitdeelde. Ik was op dat moment nog aan het bekomen van een onverwachte ontmoeting - even daarvoor - met Neil Leifer, de Amerikaan die zoveel grote wedstrijden van Muhammad Ali fotografeerde. Hij was in Egypte op 83-jarige leeftijd actief was voor The Ring, ‘the bible of boxing’. Deze legende was de levende link tussen The Rumble in the Jungle, in 1974, en Glory in Giza, in 2026.
Op de tribune
Media seating? Mannen van de organisatie die overal geposteerd waren hadden geen idee waar ze me naartoe moesten sturen. Achter de tribunes liep ik de collega van de NOS tegen het lijf en die wees me de plek op de tribunes waar de Nederlandse journalisten een plekje hadden gekregen. Een handvol collega’s zat er tussen de reguliere toeschouwers. Persman Lawless kwam nog even langs en deelde rode polsbandjes uit, die toegang gaven tot de rode loper; leuk voor collega’s om filmpjes te maken.
Zicht op de boksring vanaf de persplaatsen. (Foto's Ward op den Brouw)
Op die tribune begon ik me steeds ongemakkelijker te voelen. Ik was hier voor wat heel erg waarschijnlijk mijn laatste reportage voor de krant zou zijn, en de chef sport wilde alles in één verhaal, na afloop van het gevecht van Rico Verhoeven tegen de wereldkampioen. Dus alles moest in dat ene artikel van ongeveer tweeduizend woorden. En daar zat ik dan, op een tribune op ongeveer veertig, vijftig meter van de ring – ik had dan weliswaar geen tafeltje nodig om mijn laptop op te zetten want ik zou pas uren na het gevecht op mijn hotelkamer aan de Nijl in Cairo gaan tikken. Maar ik wilde een stuk dichter bij de actie zitten, net als Renze Lolkema en Tim Hartman van respectievelijk De Telegraaf en het AD, die zich al eind van de middag bij de arena hadden gemeld, nog voor de eerste van tien partijen begon. Ook ANP-collega Jochem Lippman was er in geslaagd om nog een goudkleurig polsbandje te bemachtigen dat toegang gaf tot het afgeschermde gebied rond de ring – ringside. Ik kon vanachter een afscheiding die nog geen anderhalve meter hoog was een praatje met ze maken, maar het was niet toegestaan daar te blijven staan.
Terug op mijn plek op de tribune bleven pogingen om persman Lawless te bereiken via een appje, mail of telefoontje vruchteloos. Toen ik de Brit na een tijdje bij de Nederlandse collega’s vlak bij de ring zag praten, nog ruim drie uur voor het gevecht tussen Verhoeven en Usyk, rende ik naar beneden. Maar toen ik daar arriveerde was Lawless alweer verdwenen. Ik ontwaarde hem aan de andere kant van de ring en wees een beveiliger erop dat ik die man aan de overkant nú moest spreken, dat het belangrijk was. Hij stuurde me via een omweggetje langs hekken naar een ingang waar weer andere beveiligers stonden en ik weet niet meer hoe, maar zonder Lawless uit het oog te verliezen glipte ik er langs zonder tegengehouden te worden. Ik vroeg de persman of ik ook ringside kon zitten. ,,Nee, hier zitten straks de VIPS.’’ We stonden op dat moment voor de eerste rij bij de ring waar onder meer de grote boksbaas Turkhi Alashikh plaats zou nemen. Ik maakte Lawless duidelijk dat ik ook niet hier op deze plek wilde zitten, ,,maar bij mijn Nederlandse collega’s aan de andere kant van de ring’’.
‘See if you can squeeze in…’
Toen sprak hij een van de mooiste korte zinnen die ik een persman of persvrouw van een evenement ooit heb horen zeggen: ,,See if you can squeeze in…’’ Ik bedankte hem en liep naar mijn collega’s, in de wetenschap dat mijn avond was gered. Alle stoelen waren bezet, maar naast Renze stond een grote zwarte, lege kist waar waarschijnlijk apparatuur van productiemaatschappij in had gezeten. Dat werd mijn zitplaats voor de komende uren, op een meter of zes van de boksring. De Britse hostess naast me die ervoor moest zorgen dat de toeschouwers in dat vak tijdens de partijen niet voor de tv-camera’s gingen staan, maakte het nog even spannend. Ze wees op mijn pols, waar een goudkleurig bandje had moeten zitten: ,,You are not supposed to be here…’’ Ze nam – godzijdank – genoegen met de tegenwerping dat Matty Lawless me toestemming had gegeven.
Het boksstadion nabij de Egyptische piramiden.
En omdat ik in tegenstelling tot mijn drie Nederlandse collega’s niet over dat goudkleurige polsbandje beschikte om die exclusieve zone vrijelijk in en uit te lopen, zou ik die plek de komende vier uur niet meer verlaten. Wat een geluk dat ik vlak daarvoor nog naar het toilet was geweest, en al urenlang niks meer had gedronken.
Zonder enige natuurlijke aandrang, en dat voor een verslaggever die nog geen jaar van zijn pensioen af zit, haalde ik het einde van een voor de Nederlandse sport memorabel gevecht. En kon ik later die nacht op mijn hotelkamer mijn - wellicht laatste - verslag voor NRC van een groot sportevenement beginnen met de woorden van Verhoevens Nederlandse trainer die ik vlak bij de ring tijdens het gevecht had opgepikt. Met dank aan Matty Lawless.