Markante verslaggevers Van Leeuwen en Spekenbrink verlaten de sportjournalistiek
Twee markante sportverslaggevers hebben recent de overstap gemaakt naar de brede, algemene journalistiek. Peter van Leeuwen (63) verruilde met ingang van het nieuwe jaar de sportredactie voor de eindredactie van het ANP. En Rik Spekenbrink (41 ) stapte in het najaar over van de sportredactie naar de nieuwsdienst van het AD. Ze kijken op ons verzoek terug en vooruit.
Jullie hebben allebei een lange staat van dienst met daarin veel bezochte internationale sportevenementen. Waarom een vertrek uit de sportjournalistiek?
Rik: “Vooral omdat ik denk dat het leerzaam en goed is voor me. Ik voelde dat ik nieuwe energie nodig had. Ik heb bovendien meer interesses dan sport en kwam erachter dat ik het, vanaf de start bij het Brabants Dagblad, al 18 jaar deed. En al jaren zei ik: ik ga binnenkort eens iets heel anders doen. Altijd was er een reden om dat uit te stellen. Nu was de tijd rijp en kwam er een mooie vacature voorbij op de nieuwsdienst.”
Peter van Leeuwen op karakteristieke wijze aan het werk tijdens de Giro van 2019: vanwege de snelheid een bericht tikken waar het ook maar kan.
Peter: “Inclusief de zeven jaar bij het Utrechts Nieuwsblad heb ik 35 jaar in de sportjournalistiek gewerkt. Het was mooi zo. Ik miste de drang om nog door te gaan tot de Spelen van Los Angeles. Dan is het tijd voor iets anders.’’
Wat heeft de sportjournalistiek jullie gebracht?
Rik: “Om te beginnen: vrienden voor het leven. Collega’s van het AD, maar ook daarbuiten. Vooral in het buitenland moet je er, als je dat wil, samen iets van maken. Door Max Verstappen, Kiki Bertens en de schaatsers zag ik de halve wereld en dat is behalve hartstikke mooi ook heel leerzaam.”
Peter: “Veel mooie reizen naar oorden waar ik anders nooit geweest was en de vriendschappen met collega’s. Daarbij was het volgen van de Tour de France als verslaggever toch een jongensdroom die uitkwam.’’
Kunnen jullie een hoogte- en een dieptepunt in jullie jaren als sportjournalist benoemen?
Rik: “Vanaf Londen 2012 heb ik alle Olympische Spelen mogen doen. Londen, Tokio en Parijs waren echt geweldig. De jaarlijkse trip naar Wimbledon ga ik ook missen. Peking (2022) was een stuk minder leuk. In China was corona nog niet weg. Er waren allerlei restricties, een hotel met hoge muren eromheen, geen enkele olympische beleving. Tegelijkertijd hebben we ook daar wel weer wat van gemaakt. Een echt dieptepunt kan ik niet noemen, dat zegt eigenlijk alles.”
Peter: “De Olympische Spelen waren om de vier jaar een hoogtepunt. Die van Londen 2012 vond ik de mooiste, qua sfeer met name. Sportief sprong het goud van Epke Zonderland er voor mij uit. Als dieptepunt heb ik niet één specifiek moment of evenement, al vond ik de Spelen van Rio minder geslaagd. Vervelend vond ik dat de schrijvende journalist steeds vaker op de laatste plaats komt, waardoor je vaak pas een reactie had als die al lang op tv of radio was geweest. Dat is zeker voor een persbureau, waar het om snelheid draait, niet handig.”
Rik Spekenbrink op de tribune van Roland Garros tijdens de Spelen van Parijs omringd door zijn werkvrienden Pim Bijl, Daniël Dwarswaard en Arjan Schouten, een foto waar 'drie hele goede vrienden op staan en de lol eraf spat'.
Wat hebben jullie als grootste verandering ervaren in de sportjournalistiek, zowel in negatieve als in positieve zin?
Rik: “Het is, in elk geval bij het AD, meer data-gedreven dan toen ik er tien jaar geleden begon. Dat is helemaal niet onlogisch en heeft niet alleen nadelen. We weten veel beter waar onze lezers in geïnteresseerd zijn. Veel kleinere sporten krijgen minder aandacht dan voorheen, dat vind ik wel jammer. Het is de kunst om in die sporten de verhalen op te duiken die wel een groot publiek aanspreken.”
Peter: “Sport waar ook ter wereld is tegenwoordig altijd te volgen, op tal van tv-zenders of via streaming. Dat is best handig, omdat je in het verleden soms op basis van een uitslagensite een verslag maakte. Maar het heeft er natuurlijk ook mede voor gezorgd dat de noodzaak van reportages kleiner werd en de contacten minder.”
Sportjournalisten zijn vaak door alle wateren gewassen en bedreven in het snel oplossen van problemen. Hoe helpen die vaardigheden in jullie nieuwe rol op de redactie?
Rik: “In de rechtbank zat ik laatst mee te tikken met een zitting, het verhaal was kort na het vonnis klaar. Het voelde een beetje als een wedstrijdverslag ‘op het fluitje’. In alle omstandigheden snel kunnen werken en allround zijn qua genres is denk ik het grootste voordeel. Tegelijkertijd begin ik in mijn portefeuille, die zich het best laat samenvatten als ‘maatschappelijke onrust’, helemaal op nul natuurlijk. Maar dat was ook de bedoeling: een echte nieuwe uitdaging.”
Peter: “Op de eindredactie van het ANP zitten nu drie voormalig sportverslaggevers. Onder alle omstandigheden de rust en het overzicht bewaren is daar gevraagd, iets wat je al die jaren in de sport wel hebt geleerd.”


