Horken
Uit de oude doos: in de jaren dat ik ‘ghostwriter’ van Van Hanegem was, trainde hij een periode Sparta en ging ik de AD-column - toen nog op dinsdag in de krant - na de training in Rotterdam ‘ophalen’. Zat ik daar in de kantine te wachten en kwamen de spelers langs op weg naar de lunch. Van de pakweg twintig man zeiden er elke maandag welgeteld twee - zoals het hoort toch? - keurig gedag.
Een van hen was Noordwijker Bram Marbus. Ik had er eerder in het AD over geschreven en toen ik Marbus een keer als leider van een jeugdteam bij een toernooi van mijn cluppie VUC tegenkwam, vertelde hij dat zijn moeder het destijds had gelezen en er trots op was geweest dat haar zoon zich netjes had gedragen.
Ik herinnerde me het voorval toen ik in de kerstvakantie de door Bart Vlietstra geschreven biografie van Rafael van der Vaart las. Bart beschrijft in het begin van het boek dat de 109-voudig international ook in zijn actieve voetbaltijd heel normaal deed tegen buitenstaanders en dan zelfs af en toe vroeg hoe met hen ging. ‘Arrogantie was een doodzonde bij ons op het kamp’, zegt Van der Vaart in het boek.
Ook zonder deze informatie vond ik Van der Vaart al een aardige gozer, die recht voor zijn raap zegt wat hij denkt, prachtige anekdotes vertelt, én – niet onbelangrijk – vol zelfspot zit. Ik ken mensen die wegzappen als ze Van der Vaart op televisie zien. Dat begrijp ik niet, ik, verre van een Ajacied, luister graag naar zijn spontane commentaar.
Hans Klippus
Veel topvoetballers zijn horken, over het paard getild, zich verheven voelend boven de rest van de wereld. Ze hebben er lak aan hoe ‘men’ over hen denkt.
Dat is dom. Het is toch prettig als mensen je aardig vinden en positief over je zijn? En wie weet, levert het commercieel nog weleens iets op. Ik kijk altijd hoe spelers voor een wedstrijd omgaan met de kinderen, die met ze mee het veld oplopen. Krijgen die een aai over het hoofd, wordt er een praatje met ze gemaakt? Voor de kinderen is het een spannende, onvergetelijke gebeurtenis.
Ik zag een keer Virgil van Dijk zijn trainingsjack uitdoen en om de schouders van een rillend kind slaan. Sindsdien kan hij bij mij niet meer stuk. Hoe simpel. Onlangs nam Van Dijk op liefdevolle manier de kinderen van zijn verongelukte ploeggenoot Diogo Jota het veld mee op bij Liverpool.
Lang geleden mocht ik een VUC-team begeleiden dat voor een ADO-Ajax met de Ajacieden het veld opging. Na afloop vroeg ik de jongens hoeveel spelers er iets tegen ze hadden gezegd. Twee dus. Mijn zoon liep met Toby Alderweireld mee. Die had hem niet eens aangekeken. Nog jaren daarna riep mijn zoon ‘klootzak’ (sorry, dat zijn zijn Haagse roots) als op tv Alderweireld aan de bal was.
Clarence Seedorf wenste mij ooit in de mixed zone in Tokio, nadat hij met Real Madrid de wereldbeker had gewonnen, spontaan een goede reis terug naar Nederland. Lekker belangrijk, maar toch herinner ik het me nog steeds, van 27 jaar geleden (1998)…
Aardig doen, kost niks. Iedereen een heel fijn 2026 gewenst!
Hans Klippus